Inkaderen

Inkaderen is gebeurtenissen of omstandigheden zodanig in een hokje plaatsen dat we er mee om kunnen gaan. Dat hokje is een beperkte voorstelling van zaken en heeft in feite niets te maken met hoe iets werkelijk in elkaar zit. Maar door onze beperkte blik of angst voor het onbekende kunnen of willen we de situatie echter (nog) niet anders zien. We hebben op dat moment alleen ons geconditioneerde denken – overtuigingen naar aanleiding van ervaringen in het verleden - en (voor)oordeel ter beschikking. Daar voelen wij ons veilig bij, hoewel er soms wel flitsen zijn dat er iets niet klopt. Het kader werkt als een handvat waaraan wij ons kunnen vastklampen. We kunnen feitelijk niet toestaan dat de dingen zo indruisen tegen wat wij gewend zijn of wat wij goedkeuren. Ons bevattingsvermogen is daarvoor nog te beperkt en wij kunnen het niet verdragen.

Waarnemen

Zo is het zuiver, ongekleurd waarnemen van wat er is, een frisse kijk op de zaak, niet mogelijk. Geconditioneerd denken en inkaderen zijn, evenals oordelen, dus vormen van ‘blindheid’. De paradox van dit verhaal is dat de angst voor de waarheid of gewoonweg niet snappen hoe het proces verloopt ons doet inkaderen. Maar om te kunnen zien wat iets werkelijk is, moeten we het oordeel, en dus het kader, loslaten. Dat roept weer nieuwe angst en weerstand op, dus doen we net alsof we snappen hoe het zit. Veilig inkaderen hoort bij ons zelfbeeld. Omdat dat zelfbeeld zo echt lijkt, kunnen we het oordeel niet missen, we hebben die ‘zekerheid’ nog nodig. Echter, het oordeel bevestigt het kader. Zo is de cirkel weer rond en raken we, als we niet oppassen, van de regen in de drup.

Zodra ons zelfbeeld (ego) scheuren begint te vertonen, kunnen we ook ophouden met inkaderen. Dan krijgt ons onderzoeken een andere dimensie.

 

Terug naar Onderzoeken